Over mij
Als ik mijn moeder mag geloven, vroor het dat het kraakte toen ik werd geboren (18 januari 1963). Ik groeide op in Hasselt samen met mijn twee oudere broers en leerde al heel vroeg mijn mannetje te staan. Ons speelterrein strekte zich uit van onze straat tot aan het Cultureel Centrum van Hasselt dat toen net in aanbouw was. Cultuur was niet ver weg; ik liep school in de muziekacademie, speelde klassieke piano, ging op balletles en volgde moderne dans.
Na mijn humaniorastudies aan het Virga Jessecollege (in Hasselt beter bekend als ‘de blauw nonnen’) trok ik op achttienjarige leeftijd naar de universiteit te Leuven om er criminologie te studeren. Meteen aansluitend op mijn studies kon ik in 1986 bij uitgeverij Wolters Kluwer als redacteur van politiehandboeken aan de slag. Ik kreeg er een ‘training on the job’ in journalistiek. Na een gevarieerde carrière binnen de uitgeverij geraakte ik uitgekeken op de zakelijke en managementinformatie en verlangde ernaar me op mijn oorspronkelijke passie toe te leggen; jeugdliteratuur.
Geholpen door een verhuizing naar Orléans (Frankrijk) – waar ik bijna vier jaar met mijn gezin woonde – leerde ik samen met onze kinderen de betere Franse jeugdliteratuur kennen.
Jean-Claude Mourlevat was voor mij dus zeker geen onbekende auteur toen uitgeverij Manteau me bij terugkomst in België vroeg zijn boek ‘Le combat d’hiver’ te vertalen. ‘Rebels Bloed’ is mijn debuutvertaling. Ondertussen volgde ik verschillende opleidingen waaronder Literair Vertalen aan de universiteit van Leuven en een reeks workshops georganiseerd door het Vlaams Fonds der Letteren. Twee jaar werkte ik als nominatielezer mee aan de samenstelling van de shortlist van de KJV (Vlaamse Kinderjury) en sinds kort ben ik lid van Ibby (The International Board on Books for Young People).
Als ik niet aan het vertalen ben, werk ik als freelance (eind)redacteur en lector voor o.a. uitgeverij Davidfonds/Infodok of schrijf ik met een vriendin aan een spannende thriller.
Om stoom af te laten, jog ik in de prachtige Kempische bossen of spring ik op mijn racefiets waarmee ik al enkele keren de top van de Mont Ventoux heb bedwongen. Mijn piano heb ik geruild voor een gitaar – dat is handiger als er weer eens verhuisd moet worden. Ik droom ervan een lange trekking in de Sinaïwoestijn te maken. Wie weet zit daar wel een mooi verhaal in?